Gedicht voor de kinderen in Al Roj

Roos Ouida

Daar in een eenzame hoek
Aan het einde van de donkere straat
Staat het onschuldig kind te trillen
Het is bang voor honger
Draait links en rechts.
Dit is een klacht over een trieste realiteit
Van de wreedheid van handen van ontvoering.

Een zachtmoedig kind herkent oorlogen niet.
Hij droomt nog steeds dat hij melk drinkt.
Gisteren nog knuffelde hij zijn moeder
En de tederheid van haar hart was vol zegen.
Maar plotseling verloor ze haar tederheid.

De blik op haar gezicht veranderde.
De zachte aanraking van haar hand verdween.
Plotseling is alles weg

Ach, hoe moeilijk is dit allemaal.
De zwartheid van de wereld om hem heen.

Hij roept: mama, waar ben je toch?
Waar is je liefde? kom moeder…
Ik mis je… knuffel me…
Haal me uit deze kwelling
Red mij van deze schande, dit verdriet…

Ik verloor alle hoop behalve in U, o God
Voor mij is er niets meer dan u
U bent toereikend; er is niemand anders.

Ze zijn weggegaan en lieten me lijden onder de pijn van het leven.
Hier spreekt een gebroken hart.
Waar zijn degenen die spraken over mensenrechten?
Is het kind een mens?

Wat is mijn schuld in deze oorlog?
Wat is mijn schuld dat ik alle deze angsten lijden moet?

Schamen jullie je niet?
veroorzakers van moord, intimidatie en hongersnood
Bij God klaag ik bij jullie aan, jullie hardvochtigen

Met mijn pen.

Bovenstaand gedicht droeg Roos Ouida afgelopen zaterdag 13 november 2021 tijdens de demonstratie op de Dam.

Leave a comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: